Door op 28 januari 2016

Waar staat de PvdA in de kerntakendiscussie

In de raadsbijeenkomst van 27 januari gaf fractievoorzitter Jeroen Rooijakkers de eerste antwoorden op die vraag. Hij was één van de weinigen die in deze discussie met concrete suggesties kwam.

‘Een discussie over de kerntaken is nieuw. Dus voor niemand makkelijk om daar een goede invulling aan te geven. Wat is het doel daarvan? Willen we bepalen wat de gemeente Veldhoven wel als taak blijft doen of misschien zelfs als nieuwe taak gaat uitvoeren? Of gaat het juist om het stoppen met bepaalde taken? Gaat het ook om het kwaliteitsniveau van deze taken of alleen om de keuze wel of niet? Over al die vragen is nog steeds geen helderheid.’

 

De kerntaken en de centen

‘Aanleiding en daarmee ook het doel van deze discussie was volgens de PvdA ook de bezuinigingsopdracht. Het werd immers niet voor niets deel 2 van de bezuinigingsopdracht genoemd.

In de adviesnota wordt zelfs het te bezuinigen bedrag genoemd: € 340.000 Wij kunnen daarom deze discussie moeilijk los zien van de financiën. Waarom bijvoorbeeld stoppen met bepaalde activiteiten die nu al kostendekkend zijn? Dan stoppen we dus met ‘gratis’ activiteiten, maar waarmee veel burgers mogelijk wel bij gebaat zijn. Dat is toch buitengewoon onhandig!’

‘Maar het omgekeerde kan ook gebeuren als financiën niet meteen onderdeel zijn van de discussie. Zo kunnen we een bepaalde taak als een kerntaak beschouwen die de gemeente dan wellicht juist extra geld gaat kosten. Dat is toch niet de bedoeling als je juist voorzichtiger met je geld om moet gaan.’

‘En dan nog een laatste scenario. Wat te doen, als na deze discussie blijkt dat we ruimschoots aan de bezuinigingsopdracht voldoen? Zelfs zo ruim dat eerder vastgestelde bezuinigingen op bijvoorbeeld de Muziekschool, het Theater etc. niet nodig zouden zijn geweest? Gaan we dan alles weer terugdraaien? Dan hebben we inderdaad bezuinigd om te bezuinigen. Dan lijkt het alsof de verenigingen de oorzaak zijn van de slechte financiële positie van Veldhoven.’

 

Handen af van sociaal domein

‘Duidelijk mag zijn dat de PvdA alle taken binnen het sociale domein veruit de belangrijkste vindt. Het is een kerntaak van de gemeente. Wij zijn verantwoordelijk voor onze minima, voor de WMO en alles wat daarin thuishoort. En wij zijn verantwoordelijk voor gedegen onderwijshuisvesting, ook voor vreemdelingen. Dit is de eerste levensbehoefte, die we nooit mogen verloochenen. Het is de reden waarom een overheid bestaat.’

‘Essentieel voor ons zijn ook alle taken rond het milieu. De overheid moet de huidige EN toekomstige generatie een leefbaar en fatsoenlijk bestaan garanderen. Het is de overheid die de spelregels bepaalt. En vrijwel alleen de overheid kan daarmee een toekomstbestendig bestaan garanderen.’

‘Een derde cruciale taak is de werkgelegenheid. Veldhoven noemt zich niet voor niets Stad van de Arbeid. Of het nu gaat om de sociale werkvoorziening of de participatiewet… om de oude Melkert-banen of om vrijwilligerswerk. We hebben de taak om mensen een bestaan te geven waar ze trots op zijn. Werk is daar onlosmakelijk mee verbonden.’

‘Een laatste belangrijke taak is die van het groen, wat echt wat anders is dan het milieu. En dan gaat het ons niet zozeer om het onderhoud, maar wel om het behoud. Want wat ooit is weggegeven, komt zelden terug. We hebben daarom als overheid de taak, nee de verplichting, om dat in stand te houden.’

 

Van minder belang

‘Minder belangrijk vinden wij infrastructuur. Natuurlijk zijn goede verbindingen nodig, zeker voor de fiets. Het is belangrijk dat iedereen betaalbaar van A naar B kan gaan. Niet alleen degene die een auto kan betalen.’

‘Ook minder voornaam is de taak die de overheid inneemt richting het bedrijfsleven. Veldhoven noemt zich steeds vaker een regiegemeente. Dat geldt prima voor de economie. Laat bedrijven zelf het werk doen. Dat willen de meeste ook. Ga niet betuttelen, maar ook niet faciliteren. Waarom moeten wij hierover met andere gemeenten samenwerken? Laat de besten overleven.’

‘De gemeente kan zich eveneens meer op de achtergrond houden op de terreinen kunst, sport en recreatie. Het gaat erom dat iedereen kan sporten en bewegen. Daar zijn ook regelingen voor. Maar het kan niet zo zijn dat de overheid objecten en gebouwen financiert die ook heel goed door de gebruiker zelf kunnen worden betaald.’

 

‘Een laatste punt van aandacht is wat de PvdA betreft de stedelijke ontwikkeling, in de breedste zin van het woord, van het welstandsbeleid tot de inrichting van het openbaar gebied. Waarom laten we dit niet meer aan de markt over? Natuurlijk moeten er regels en kaders gesteld worden. Zeker als het gaat om sociale woningbouw. Maar binnen de kaders kan heel veel aan de markt worden overgelaten.’